Pluspakketten

Elk jaar zijn wij bezig pluspakketten voor kinderen samen te stellen omdat wij het heel belangrijk vinden aan te sluiten bij de "meervoudige intelligentie"van kinderen. Kinderen kunnen op verschillende aspecten begaafd zijn of extra interesse hebben. Wij willen de kinderen de gelegenheid geven om een eigen keuze te maken.

Een pluspakket bestaat uit en cursus van 5 weken.

Voor de komende periode hebben wij een aanbod uit:

  • Dans
  • Muziek
  • Drama
  • Techniek
  • Koken
  • Werken met papier
  • Indiaans knoopwerk.

Plusgroep

De plusgroep is de volgende stap in onze aanpak van (hoog) begaafde leerlingen. Het kan voorkomen dat voor bepaalde (hoog)- begaafde kinderen ondanks alle inspanningen (het hele scala van van signalering, toesten, handelingsplannen, meervoudige intelligentie e.e) toch nog een uitdagend pakket nodig is.

Daarom zijn we naast het aanbod van pluspakketten ook bezig met het samenstellen van plusgroepen.

Regelmatig bekijken we welke kinderen in aanmerking komen voor de plusgroep.

Op dit moment zijn kinderen bezig met :

  • leskist geluid
  • techniek
  • mikro krediet

 

Samen met meester Hans, onze techniekdocent, hebben de leerlingen van de plusgroep stoplichten gemaakt. Op donderdag 18 februari hebben deze kinderen een mooie presentatie gegeven voor ouders en belangstellenden.

 

 

 

Wetenschap en techniek bij ons op school.

Onze  school heeft als visie dat kinderen meer moeten leren dan taal en rekenen alleen. Het gaat erom dat zij de kans krijgen al hun talenten te ontwikkelen. Daar horen ook talent voor wetenschap en techniek bij. "Bij wetenschap en techniek gaat het om hart, hoofd en handen."

Bij ons hoort zelf onderzoek doen tot de dagelijkse praktijk. De school heeft bij dit uitgangspunt een lesmethode gezocht ('Oriëntatie op jezelf en de wereld': Topondernemers, met de module Toptechneut).

Om een stap hoger en verder te komen heeft de school een vakdocent wetenschap en techniek aangesteld. Hij ontwikkelt lessenseries waarmee hij wetenschap en techniek de klas in haalt. Om leerlingen te inspireren. En leraren. Zodat zij zelf ook wetenschap en techniek kunnen en willen integreren in hun lessen.

In die lessen wordt de visie van de school zichtbaar: het gaat niet alleen om de vakkennis en om de onderzoeksvaardigheden, maar ook om de sociale kanten (samen nadenken en overleggen) en om de creatieve kanten ervan. "Dat maakt de eigenheid van kinderen zichtbaar."

 

Met nog zeven scholen staan wij in een landelijke brochure "Wetenschap in de klas" om andere scholen te inspireren!

 

 

CBS Betrouwen, Bakkeveen, Friesland

 

'Wetenschap maakt de eigenheid van kinderen zichtbaar.'

 

De CBS Betrouwen is een kleine dorpsschool in Friesland. Een dorpsschool met een directeur die de drijvende kracht is achter het aanbod op het gebied van wetenschap en techniek. Directeur Janka de Haan: "Wij willen ook het talent van kinderen op deze gebieden naar boven halen. Bij wetenschap en techniek gaat het om hart, hoofd en handen."

 

Het begon allemaal in 2007, toen Janka de Haan op een buurschool een prachtles techniek bijwoonde. Ze zag freelance vakdocent techniek Hans Hollander enthousiast aan het werk en wilde dat vuur ook naar haar school brengen. Maar zoals vuur zuurstof nodig heeft, zo heeft een nieuw project een enthousiast team nodig. Dus begon Hollander met een workshop voor de leraren. Met succes. "Als je ziet hoe leuk techniek kan zijn word je erdoor gegrepen", zegt Aafke Herder, leraar groep 3-4 en inmiddels techniekcoördinator.

 

VTB School

Het vuurtje greep vervolgens snel om zich heen: techniek werd een vast onderdeel op de crea-middagen, leraren begonnen met incidentele technieklessen. Een jaar later zette De Haan de stap om VTB-school te worden. Dit heeft de school een flinke stimulans gegeven. Zo is Hans Hollander officieel aangesteld als vakdocent techniek en zijn uitstapjes naar bijvoorbeeld NEMO structureel opgenomen in het rooster. Ook is een andere lesmethode aangeschaft voor 'Oriëntatie op jezelf en de wereld': Topondernemers. Deze methode omvat de kerndoelen 'Mens en Samenleving', 'Natuur en Techniek', 'Ruimte' en 'Tijd'. Kenmerkend zijn de opdrachtenkaarten, waarin zelf op onderzoek uitgaan centraal staat. Bij de methode hoort ook de module Toptechneut, gericht op technieklessen. Deze methode biedt de leraren ruimschoots aanknopingspunten voor lessen in wetenschap en techniek. Op de verlanglijst staat nu nog de bouw van een heus technieklokaal.

Onderdeel van de professionalisering is de ontwikkeling van een visie op een doorlopende leerlijn wetenschap en techniek. De kern hiervan is dat wetenschap en techniek evenveel inhoud en tijd krijgen als rekenen en taal. "Wetenschap en techniek horen net zo goed bij ons als deze vakken", verduidelijkt Janka de Haan. Zij merkt in de aanmelding van nieuwe leerlingen dat deze bewuste keuze van school ook bewuste ouders trekt. 

 

Wetenschap in de klas

Wat doet de school met de verschuiving van techniek naar wetenschap en techniek? Janka de Haan: "Aanvankelijk schrik je als je die term hoort: wetenschap. Dat klinkt zo zwaar. Maar toen wij eens goed gingen nadenken beseften we dat we eigenlijk al heel lang bezig zijn met wetenschap, alleen zonder het die naam te geven. Onze kinderen zijn gewend ontdekkend bezig te zijn, hun conclusies te beschrijven, te reflecteren op wat ze geleerd hebben. Onze lesmethode leent zich daar bij uitstek voor, maar het is inmiddels ook gewoon 'onze' manier van werken geworden. Dat hebben we opgenomen in onze visie: 'Door het gebruik van de ontwerpcyclus ontwerpen - maken - gebruiken / analyseren - verbeteren, wordt een wetenschappelijke houding gestimuleerd. Door alle techniekopdrachten heen worden kinderen gestimuleerd een onderzoekende houding aan te nemen. Daarmee wordt Techniek tot Wetenschap en Techniek.'

Vakdocent techniek Hans Hollander knikt instemmend. "Wat mij opvalt is dat de leraren het meest enthousiast zijn bij de lessen die over wetenschap gaan. Zo hebben we bijvoorbeeld voor groep 7 / 8 een lessencyclus gemaakt over waterbeheer op het platteland, waarbij de kinderen samen het polderbestuur vormden en daarin verschillende belangen vertegenwoordigden. Ze moesten onderzoek doen naar het beste waterpeil voor een polder. Die creativiteit, dat samen nadenken en overleggen over een probleem, dat probeer ik in zo'n lessenserie te stimuleren. Dat maakt de eigenheid van kinderen zichtbaar. En dat is wat iedere leraar fascineert. Toch?"

 

Wat maakt een les wetenschap krachtig?

Het begint met het enthousiasmeren van de kinderen voor een onderwerp, zegt Hans Hollander. "Je moet hen de mogelijkheden bieden er samen over te praten (onderzoeken) en hen de ruimte bieden op ontdekking te gaan (ontwerpen/maken). Tot slot moet je tijd inruimen voor reflectie. Cruciaal is dat je het creatieve proces niet inperkt, maar door goede vragen juist vergroot." Maar hoe leer je, als leraar, goede vragen te stellen? Aafke Herder: "Dat leer je door ervaring. Je ziet direct het resultaat van wat je doet, dus je denkt: dat doe ik volgende keer anders." Hollander knikt. "Je moet sleutelvragen leren stellen. Daarvoor moet je je bewust zijn welke vragen kinderen aan de gang helpen. Dat leer je door te doen en te kijken wat het effect is. Als je het goed doet zie je kinderen opbloeien en is het resultaat beter. Eigenlijk leer je het dus van de kinderen zelf."

 

Wetenschap in de praktijk

 

Drijven of zinken?

Willen jullie vandaag weer professor worden? vraagt Hans Hollander aan de leerlingen van groep 3 / 4. "Ja!" joelt de klas. "Vandaag gaan jullie waterprofessor worden", vervolgt de vakdocent techniek zijn verhaal. "We gaan het hebben over drijven en zinken. Jullie krijgen een bakje met spulletjes waarvan jullie moeten raden wat er zal blijven drijven en wat er zal zinken. Dan gaan we daarna onderzoeken of jullie het goed hadden."

 

Onderzoeken

De les 'drijven en zinken'  is opgebouwd als een ontwerpcyclus: onderzoeken, ontwerpen, maken, gebruiken / analyseren, verbeteren, presenteren. De kinderen werken in tweetallen of in groepjes van vier. Hollander, de leraar, klasse-assistent en stagiaire lopen rond om kinderen te coachen.

Met een bakje met diverse voorwerpen (lepel, spijkers, kurk, elastiek, textiel) gaat de groep - in tweetallen - aan de slag. Als alles is onderzocht vraagt Hollander hoe het ging. Met de woorden "wij hadden twee dingen hartstikke fout" luiden Jasper en Bas hun bevindingen in. Maar nog voor de klas hoort wat er dan 'hartstikke fout' ging verbetert Hollander het tweetal. "Als je iets onderzoekt gaat het er niet om of je het goed of fout had. Je denkt iets en gaat onderzoeken of dat klopt. Dat betekent dus niet dat je het fout gedacht had."

 

Ontwerpen en maken

Het tweede onderdeel van de les bestaat uit het ontwerpen en maken van een bootje van aluminiumfolie dat knikkers moet kunnen dragen. Alle kinderen maken in tweetallen een ontwerptekening. Arne en Rick gaan in vliegende vaart aan de slag met pen en papier. Samen bedenken ze dat de boot een beetje hoog moet zijn om de vracht te kunnen dragen. "Ik hoop dat ie blijft drijven", verzucht Arne als het bootje te water wordt gelaten. "Hij drijft!" juicht hij vervolgens, maar als de lading knikkers naar één kant rolt gaat het bootje roemloos ten onder. "Hmm," zegt Rick. "Wij hebben wat geleerd: evenwicht is ook belangrijk." En ze gaan met een nieuw vel aluminiumfolie aan de slag.

 

Analyseren en presenteren

Zo leert ieder groepje zijn eigen les. En uiteindelijk leren alle groepjes van elkaar. Want Hollander eindigt centraal. Hij laat alle groepjes hun ontwerp en hun bevindingen presenteren. Diverse ontwerpen passeren de revue, ronde boten, boten met een scherpe punt, vierkante bakken. Kinderen merken op dat een boot direct zinkt als er een gat in zit, of als het te zwaar beladen wordt. Geconcludeerd wordt dat de vorm belangrijk is, het gewicht én evenwicht. Als een kind een opening maakt naar de echte wereld grijpt Hans Hollander die kans direct aan. Zo vraagt Henrieke zich af hoe je dat in het echt moet doen, een boot beladen, als er ook nog eens bedden en een 'stuur' zijn. Hollander: "Je hebt een moeilijk probleem aangeroerd, waar echte ingenieurs ook mee zitten als ze een schip ontwerpen. Want hoe verdeel je alles om goed evenwicht te krijgen tussen de zware en de lichte dingen? Oftewel: hoe voorkom je dat een schip zinkt?"

 

En reflecteren

Na afloop van de les willen de kinderen nog graag even kwijt dat ze de wetenschaps- en technieklessen héél leuk vinden. En dat je er veel van leert. "Je leert samen dingen ontdekken", vat Arne in een notendop samen. En zo is het. Hans Hollander: "Het grappige is dat kinderen als ze voor het eerst hiermee aan de gang gaan angstvallig beide armen rond hun ontwerp slaan, zo van: jij mag niet afkijken. Gaandeweg leren ze het anders zien. Dat het geen afkijken is, maar van elkaar leren."

Wetenschap en techniek in de PLUS klas

 

Wetenschap en techniek bieden scholen volop mogelijkheden voor verdieping en verbreding en zijn dan ook bij uitstek geschikt om excellentie bij kinderen te stimuleren. Op CBS Betrouwen hebben vijf (hoog)begaafde leerlingen uit groep 4 / 5 een ontwerpbureau voor meubels opgezet. Hun eerste opdracht - een stoel ontwerpen - leverde de meest futuristische en originele ontwerpen op, die allemaal (op kleine schaal) zijn uitgevoerd. Hierbij werd de hele ontwerpcyclus doorlopen: ontwerpen, maken, gebruiken/analyseren, verbeteren. Het project eindigde met een presentatie voor de hele school.